Komende vijf jaar moeten in de provincie Gelderland zo’n 45.000 nieuwe huizen gebouwd worden, dit om de woningnood aan te pakken. Voor de bouw van die huizen zijn er veel vakmensen nodig. Bouwmensen in Apeldoorn spant zich al jaren in om zij-instromers te interesseren voor het vak van timmerman, metselaar en tegelzetter. Samen met Bouwend Nederland en Wij Techniek is nu het Transitiehuis opgericht, met als doel talent te ontdekken, op te leiden en te zorgen dat zij op de goede plek terechtkomen. Het Transitiehuis is mede mogelijk gemaakt met financiering door de provincie.

TEKST WILMA SCHREIBER FOTOGRAFIE EVERT VAN DE WORP

In 2004 werden technische beroepen met de veralgemenisering van het vmbo (Akkoord van Bergen) minder zichtbaar en liep het aantal leerlingen van die opleidingen terug. Bouwmensen sprong in dit gat met een opleiding die aansloot bij leerlingen die minder voorbereidend technisch onderwijs hadden genoten. Doel: zorgen voor voldoende goed opgeleide werknemers in de bouw. “Toen al keken we naar zij-instromers, mensen uit allerlei andere branches die echt het vak in wilden”, zegt Martien van Reen, Manager Bouwmensen Apeldoorn. Tien jaar later bouwde hij met de gemeente Apeldoorn en UWV de leerwerkomgeving ‘Doen wat kan’, met deelnemers vanuit de WW en de bijstand, statushouders en werk-naar-werk trajecten. “Daarin hebben we veel zij-instromers opgeleid. De moeilijkheid lag in de acceptatie binnen bedrijven: dat zij iemand die anders is opgeleid het vak willen leren. Een stukje sociale innovatie.” Bouwmensen Apeldoorn telt momenteel zo’n zestig lidbedrijven, die openstaan voor een diverser personeelsbestand.

Zelfkennis
Het streven binnen het nieuwe Transitiehuis is ‘eos in loco’ oftewel de juiste mens op de juiste plaats, bij het bedrijf waar iemand past. De doelgroep is zij-instromers. “Daarbij hanteren wij een positieve benadering: waar zit iemands talent en kracht? Zo voorkom je aan de voorkant frustratie bij werkgevers”, verklaart Van Reen. “Wij gebruiken bijvoorbeeld de zogeheten TMA-analyse: waaruit kwaliteiten, talenten, drijfveren, motivatie en competenties naar voren komen. Dat biedt een stukje zelfkennis. Door de uitkomsten over het gewenste competentie- en functieprofiel heen te leggen, ontdek je of het de goede plek is voor iemand, zodat de werkgever een gemotiveerde en geschikte medewerker krijgt.” Aan de bouwagenda zit ook een verduurzamingsagenda, waaruit nieuwe functies ontstaan. “Ook daar proberen we bij aan te sluiten. In de schil van de woning valt nogal wat te verduurzamen en daar zijn eveneens mensen voor nodig zoals isoleerders en na-isoleerders.”

Hoewel de officiële opening vanwege corona nog op zich laat wachten, is het Transitiehuis inmiddels gestart en lopen de aanmeldingen ‘lekker door’, aldus Van Reen. “Gedeputeerde van de provincie Gelderland Peter Kerris is al virtueel op bezoek geweest en heeft aangegeven ambassadeur van dit initiatief te willen zijn.” Samen met Bouwend Nederland en Wij Techniek hoopt Bouwmensen zo zij-instromers met belangstelling voor techniek op een laagdrempelige manier te laten ontdekken waar ze goed in zijn. “Dat is heel complex, nergens in Nederland lukt dat. Wij zijn echt koploper in zij-instroom”, zegt Van Reen trots. “Het gaat om de mindset bij bedrijven: dat ze snappen dat je niet alleen jonge mensen een vak kunt leren, maar ook oudere mensen. Zij-instromers kunnen eenzelfde passie voor het vak hebben. Die acceptatie is een succesfactor. Want je kunt iemand wel klaarstomen voor een baan, maar zo iemand moet ook nog aangenomen worden.”

Regionale inkleuring
Het werven van instromers vergt niet alleen een investering van de branche maar ook van de medewerk(st)er in spe. Voor hen werken Bouwmensen en Bouwend Nederland met een leerwerkomgeving in combinatie met loopbaanpaden, met een praktische insteek. “Als blijkt dat iemand talent heeft, scholen we zo iemand voor in de basisvaardigheden. Dat is vernieuwend in de opleidingswereld: maatwerk is standaard”, stelt Van Reen. “Het gaat om een levensfasebewuste intake, waarbij we kijken naar het totaalplaatje. Hoe zit iemand erin, hoe is de thuissituatie, heeft hij/zij de capaciteiten om een opleiding te volgen of moeten we hem/haar praktisch scholen? Vooraf onderzoeken we samen met de deelnemer hoe groot de kans van slagen is. Zo weten we allebei waar we aan beginnen en kunnen we beter inschatten of het iemand gaat lukken. Dat inzicht is een belangrijke succesfactor. Wat moet iemand doen voor een diploma of baan, om de vakman of vakvrouw te worden die hij/zij wil zijn en of hij bij het bedrijf en de bedrijfscultuur past? Daar geeft het Transitiehuis antwoord op.”

Hoe succesvol die aanpak is, blijkt ook uit het voornemen om op nog vier andere plekken in de provincie Gelderland een vergelijkbaar initiatief uit te rollen, waarmee het regionaal ingekleurd gaat worden. “Zelf vinden we onze aanpak niet meer bijzonder, maar dat is het kennelijk wel als je kijkt naar de reacties. En we pakken het op specifieke punten ook anders aan dan collega’s. We kijken naar het talent van zij-instromers, niet zozeer naar wat ze in het verleden hebben gedaan”, zegt Van Reen. “Natuurlijk blikken we daar wel even op terug, maar we kijken vooral naar wat iemand nodig heeft en meebrengt om de vakman te worden die hij/zij wil zijn.”