Burgemeester van Apeldoorn Ton Heerts is er dubbel en dwars van overtuigd: ‘’Het middelbaar beroepsonderwijs is de motor van de economie. De maatschappij, inclusief het bedrijfsleven, kan er niet zonder. De samenleving  zou plat liggen zonder mbo. Alles wat je om je heen ziet, is mede mogelijk gemaakt door mbo’ers.’’

Heerts is drie jaar voorzitter geweest van de landelijke MBO raad en zet zich nog steeds in voor een beter imago van de sector. Hij zou het liefst het woord ‘middelbaar’ laten vervallen en alleen spreken van beroepsonderwijs. ‘’Die m moet eraf. Waarom zouden we spreken van middelbaar? Net alsof het één of andere tussenvorm is. Het gaat om volwaardig onderwijs. Maar goed, zolang de m nog in de afkorting staat, zou ik  liever zien dat deze de betekenis krijgt van  megabelangrijk. Er gebeurt in onze samenleving namelijk niets zonder beroepsopleiding. ‘’ Met deze visie in het achterhoofd kijkt de burgemeester ook naar het hoger beroepsonderwijs: ‘’Hoger is niet per se  beter, het is gewoon een andere vorm van opleiden. ‘’

Keuzemoment

Gezien de grote opdracht waar ons land voor staat als het gaat om woningbouw, ziet Heerts de toekomst voor mbo’ers in de bouw sowieso positief in. Er is immers werk in overvloed. Heerts ziet positieve ontwikkelingen binnen het onderwijs en  op de arbeidsmarkt en op het snijvlak van die twee. Hij ziet die onder andere van dichtbij vanuit zijn rol als bestuurlijk verbinder tussen de mobiliteitsteams van de 35 arbeidsmarktregio’s. Die teams zijn opgericht om mensen die door de coronacrisis hun baan dreigden te verliezen aan ander werk te helpen. Met veel interesse heeft hij het advies gelezen van de commissie Borstlap over regulering van de arbeidsmarkt. ’’Alle betrokkenen pleiten voor meer flexibiliteit en levenslang ontwikkelen. Als deze wensen werkelijkheid worden, wordt het studenten makkelijker gemaakt om over te stappen naar een andere richting. Nu zijn de verschillende trajecten nog te veel verkokerd omdat ze aan verschillende  financieringsvormen zijn gekoppeld. We moeten af van die hokjes. Als het moment waarop een student een bepaalde richting kiest, later komt te  liggen, is er sprake van nog meer maatwerk. Ergens tussen de veertien en zestien jaar zou ideaal zijn. Dan leg je je niet al op te jonge leeftijd vast. Maatwerk betekent ook dat je binnen de opleiding inspeelt op de levensfase waarin de student verkeert. Een leerwerktraject is meer van toepassing op de jongste studenten, die vooral nog leren. Vanaf een jaar of 27 spreek ik liever over werkleertraject, omdat bij de iets ouderen werken en geld verdienen voorop staan. Zij hebben een huis en een hypotheek of betalen huur.’’ Volgens Heerts zien ook werkgevers de noodzaak van flexibiliteit in. Zonder goed opgeleide en gemotiveerde medewerkers gaat het immers niet.