Onderzoek naar de rol van de leermeester

Mijn naam is Jackie Fontijn. Ik ben vierdejaars HRM-student en heb mijn scriptie mogen uitvoeren bij Bouwmensen Amsterdam. Hier heb ik met veel plezier de afgelopen maanden gewerkt om een mooi advies op te stellen voor de BouwAcademie. Er is onderzoek gedaan naar de rol van de leermeester. Wat hebben zij nodig om de student/werknemers zo goed mogelijk te begeleiden?  Benieuwd naar het antwoord op deze vraag? Lees dan verder!

Het verloop van BBL-bouwstudent/werknemers is hoger dan wenselijk is voor de BouwAcademie. Daarbij is er een personeelstekort in de branche. De continuïteit moet op peil gehouden worden.

Uit het vooronderzoek is gebleken dat het belangrijk is om de focus van het onderzoek te leggen op de rol van de leermeester. Deze rol moet geoptimaliseerd worden om de juiste begeleiding aan de student/werknemer te kunnen bieden, om hen te behouden en op te leiden tot bouwprofessionals. Het doel van het onderzoek was om de leermeesters competenter te maken om de begeleiding van student/werknemers optimaler te maken. Het doel van het onderzoek was om erachter te komen hoe de BouwAcademie leermeesters kan ondersteunen in hun rol. De vraag die hierbij centraal stond is: ‘’Wat hebben de leermeesters nodig om de student/werknemers te begeleiden?’’

Voor het beantwoorden van de onderzoeksvraag is er een literatuuronderzoek uitgevoerd. In het literatuuronderzoek is gebleken dat de componenten: autonomie, competentie, verbondenheid, motivatie en een (stimulerende) werkomgeving van belang zijn voor optimaal functioneren en voldoende motivatie voor een werknemer. Daarnaast is er een kwalitatief onderzoek uitgevoerd. Hierbij is de methode Design Thinking toegepast. Bij deze methode staat de mens centraal en wordt er samen met de stakeholders gezocht naar de beste oplossing voor het vraagstuk. Er zijn zes leermeesters geïnterviewd en er is een brainstromsessie met vijf student/werknemers georganiseerd.

Uit de interviews is gebleken dat de leermeesters het soms lastig vinden om bepaalde zaken over te brengen bij (rustig/stille) student/werknemers, student/werknemers niet meer zelf nadenken, maar ‘een kunstje leren’, niet tevreden zijn over de nascholingscursus en behoeften hebben aan uitleg over de digitale trajectmap. Uit de brainstromsessie is gebleken dat de student/werknemers behoeften hebben aan meer betrokkenheid bij het leerproces, graag duidelijke uitleg ontvangen en niet ‘aan hun lot worden overgelaten’, minder geroddel op de bouwplaats. Hierbij is het belangrijkste dat er een veilige omgeving is voor de student/werknemer, waarin er vertrouwen is tussen de student/werknemer en de leermeester, waarbij de persoonlijke verhalen niet worden gedeeld. Een ander punt is meer aandacht voor veilig werken. Hier gaat niet elk bedrijf hetzelfde mee om, terwijl de veiligheidsregels voor elk bedrijf hetzelfde zijn. Tot slot, meer empathie bij de leermeester. Het verplaatsen in een ander en het doorspreken van bepaalde dilemma’s als de student/werknemer er even ‘doorheen zit’ wordt als belangrijk beschouwd.

Voor het opstellen van de aanbevelingen is er gekeken naar de behoeften van de stakeholders. De eerste aanbeveling is het organiseren van een training voor de digitale trajectmap. Hierin is de voortgang van de student/werknemer te volgen. Uit de resultaten is gebleken dat de leermeesters te weinig kennis hebben over de map, terwijl dit een belangrijk onderdeel is in het leerproces van de student/werknemer. Hier moet op worden ingespeeld omdat er wordt verwacht dat de leermeester ook met de map kan werken. Voor het aanmelden voor deze training zal binnenkort een mail gestuurd worden.

De tweede aanbeveling is het gebruik maken van het opgestelde competentieprofiel. Op basis van de input van de leermeesters en de student/werknemers is er een competentieprofiel opgesteld voor de leermeesters. Hierin is het creëren van bewustwording bij de BouwAcademie en de leerbedrijven belangrijk. Aan welke competenties hebben de student/werknemers behoeften en hoe kijken de leermeesters aan tegen belangrijke competenties die zij zouden moeten bezitten. Het is van belang dat dit competentieprofiel kenbaar wordt gemaakt bij de leerbedrijven. Deze wordt binnenkort gepresenteerd in een HR-overleg tussen Bouwmensen en de leerbedrijven.

De derde aanbeveling is het doorzetten van de kerngroep op halfjaarlijkse basis. Tijdens het onderzoek is de eerste kerngroep sessie positief ervaren. Het evalueren en het samenkomen van de betrokken stakeholders om kwesties en nieuwe ontwikkelingen te delen is erg belangrijk in de ondersteuning van de leermeester. Op deze manier kunnen zij nieuwe kwesties aandragen, kunnen zij elkaar hiermee helpen en kan de BouwAcademie de status van (nieuwe) ontwikkelingen mededelen.

De vierde aanbeveling is het creëren van meer begrip bij de leerbedrijven over het belang van het opleiden van nieuwe bouwprofessionals. Uit de conclusie blijkt dat de steun en medewerking van de directie erg belangrijk is voor het optimaal functioneren van de leermeester en daarbij de begeleiding van de student/werknemer.

De vijfde aanbeveling is om de samenwerking met Volandis verder te ontwikkelen. Uit de resultaten is duidelijk geworden dat de leermeesters niet tevreden zijn over de nascholingscursus. Het doel is om de cursus te verbeteren door middel van meer praktijkvoorbeelden waar de leermeester zich in kan herkennen en meer ruimte voor discussie en intervisie. Daarnaast is het belangrijk dat de leermeester leert de student/werknemer op een andere manier te activeren. Door hem te vragen hoe, wat, waarom je bepaalde materialen en gereedschap gebruikt om een bepaalde klus te klaren. Zo denken zij zelf na en worden zij op een andere manier gestimuleerd.

De zesde aanbeveling is het instellen van een presentje voor de leermeester als zijn student/werknemer slaagt voor de opleiding. Daarbij is de eerste editie van de aanbevelen jaarlijkse BBQ georganiseerd. Elk half jaar een borrel of BBQ te organiseren wordt geadviseerd. Dit zorgt voor zichtbaarheid en verbondenheid met de leermeesters en de BouwAcademie. Daarnaast laat dit de waardering en erkenning zien voor de leermeesters.

De laatste aanbeveling is het evalueren van de bovenstaande aanbevelingen op de lange termijn. Zo kunnen bepaalde aanbevelingen worden bijgeschaafd, mocht dit nodig zijn.

Jackie Fontijn